Graduaat in de accounting administration (Diepenbeek) (120 sp.)

 

2020-2021

Om als regelmatige cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, georganiseerd door een hogeschool, moet de cursist voldaan hebben aan de leerplicht en het onderwijsreglement ontvangen en ondertekend hebben.

Daarenboven moet de cursist beschikken over 1 van de volgende studiebewijzen:
1° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, dat minstens 3 jaar behaald is;
2° een diploma van het secundair onderwijs;
3° een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimaal 900 lestijden;
4° een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimaal 900 lestijden;
5° een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
6° een certificaat van het hoger beroepsonderwijs;
7° een diploma van het hoger beroepsonderwijs;
8° een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
9° een diploma van bachelor of master;
10°een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met 1 van de diploma’s vermeld in punt 1° tot en met 9°. Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of een getuigschrift hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een opleiding hoger beroepsonderwijs.

2019-2020

Om als regelmatige cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, georganiseerd door een hogeschool, moet de cursist voldaan hebben aan de leerplicht en het onderwijsreglement ontvangen en ondertekend hebben.

Daarenboven moet de cursist beschikken over 1 van de volgende studiebewijzen:
1° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, dat minstens 3 jaar behaald is;
2° een diploma van het secundair onderwijs;
3° een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimaal 900 lestijden;
4° een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimaal 900 lestijden;
5° een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
6° een certificaat van het hoger beroepsonderwijs;
7° een diploma van het hoger beroepsonderwijs;
8° een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
9° een diploma van bachelor of master;
10°een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met 1 van de diploma’s vermeld in punt 1° tot en met 9°. Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of een getuigschrift hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een opleiding hoger beroepsonderwijs.

|